Onderzoek COPD Bram van den Borst

 Mei 2013


Uit onderzoek blijkt dat COPD-patiënten al in een vroege fase van hun ziekte te maken krijgen met veel meer dan alleen longklachten. De hoeveelheid spiermassa vermindert, de kwaliteit van spierweefsel gaat achteruit en vet wordt op een gevaarlijke plek in het lichaam opgeslagen. De opeenstapeling van de ‘bijverschijnselen’ van COPD verhoogt het risico op hart- en vaatziekten aanzienlijk. Een verandering van persoonlijke leefstijl gaat dan ook verder dan alleen het stoppen met roken.

Unieke onderzoeksgroep
COPD gaat gepaard met verminderde longfunctie, kortademigheid en chronisch hoesten. Ook komen er bij mensen met COPD vaker hart- en vaatziekten voor. Dat was aanleiding voor longarts in opleiding Bram van den Borst om te zoeken naar andere ziekteverschijnselen bij deze specifieke patiënten. In een unieke onderzoeksgroep van duizenden ouderen kwam een aantal opvallende zaken aan het licht.

Leefstijl-interventie-poli
Van den Borst: ‘Het probleem is veel breder is dan alleen roken. Klachten van COPD in een vroege fase houden sterk verband met iemands leefstijl Veel patiënten hebben minder lichaamsbeweging en bovendien een ongezond voedingspatroon. Ik pleit er dan ook voor om de stoppen-met-roken-poli voor COPD-patiënten uit te breiden tot een leefstijl-interventie-poli. Patiënten met een milde vorm van COPD zijn namelijk nog wel in staat om een intensieve training te doen om spierontwikkeling en vetverdeling te verbeteren. Daarnaast kan ook een dieet een positieve invloed hebben, met als gevolg dat hun risico op diabetes en hart- en vaatziekten kan worden verminderd.’

 Bram van den Borst promoveerde vrijdag 17 mei op dit onderzoek aan de Universiteit Maastricht. Zijn proefschrift was voor het Longfonds mede aanleiding om 250.000 euro subsidie te verstrekken voor vervolgonderzoek naar effectieve behandelmethodes.